Gebruik een traplak die geschikt is voor intensief belopen oppervlakken.
Werk in deze volgorde:
1. Trapleuning en smetplank
2. Spil en trapbomen
3. Stootborden en traptreden
Schilder randen en hoeken met een kwast. Gebruik een lakroller voor de grotere vlakken.
Breng het voorgeschreven aantal laklagen aan, vaak twee. Houd de droogtijd en eventuele tussenschuurbeurt uit het productdatablad aan.
Moet de trap bereikbaar blijven? Je kunt de treden om en om schilderen. Gebruik alleen treden die volgens de fabrikant voldoende droog en belastbaar zijn.